Installatieautomaat berekenen

Type net
Belasting
Aanvullend

Berekeningen

INVOERGEGEVENS

kW
kW
cosφ
%
V

RESULTATEN

A
A
A
A
%
mm²
mm²
Berekeningsmethode (hoe het resultaat wordt verkregen) Een vraag stellen
Was de calculator nuttig?
Nee

Over de berekening van installatieautomaat

De resultaten zijn benaderend. Controleer de berekeningen vóór gebruik aan de hand van de geldende normen en raadpleeg een specialist. De ontwikkelaar is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van gebruik zonder projectverificatie.

Met deze tool kun je een installatieautomaat berekenen op basis van het opgenomen vermogen (kW), het type net (1-fase 230 V of 3-fase 400 V) en de vermogensfactor (cosφ). Je ziet de bedrijfsstroom, de stroom met reserve en de dichtstbijzijnde standaard automaatwaarde. Daarnaast geeft de calculator een indicatie van een passende kabeldoorsnede (koper en aluminium) met correctie voor omgevingstemperatuur en legwijze.

Tips en trucs

Stap 1 - effectief vermogen wordt bepaald uit het ingevoerde totale vermogen P (kW) en de vraagfactor k (gelijktijdigheid): P_eff = P × k. Voor één verbruiker wordt vaak k = 1 gebruikt; voor groepslijnen wordt k kleiner gekozen om rekening te houden met het feit dat niet alles tegelijk draait.

Stap 2 - bedrijfsstroom volgt uit P_eff (omgezet naar W), de netspanning U (V) en cosφ. Voor 1-fase geldt I_work = P / (U × cosφ), en voor 3-fase I_work = P / (√3 × U × cosφ). Hierbij is U typisch 230 V (1-fase) of 400 V (3-fase) volgens de Europese 230/400 V-netstandaard.

Stap 3 - ontwerpstroom met reserve wordt berekend door een procentuele marge toe te voegen: I_calc = I_work × (1 + reserve/100). Deze I_calc is de leidende waarde voor de keuze van de automaat, zodat korte pieken of toekomstige uitbreiding minder snel tot ongewenst afschakelen leiden.

Stap 4 - keuze van de automaatwaarde gebeurt door I_calc naar boven af te ronden naar de eerstvolgende standaard nominale stroom uit een vaste reeks (bijv. 6, 10, 13, 16, 20, 25, 32, 40, 50, 63, 80, 100 A). De calculator kiest dus de kleinste In waarvoor geldt: In ≥ I_calc. Ook de dichtstbijzijnde lagere standaardwaarde wordt bepaald; die kan in de praktijk sneller uitvallen als de belasting langdurig tegen het maximum draait.

Stap 5 - correctiefactoren voor kabeldoorsnede worden toegepast op de toelaatbare stroom van de kabel (niet op de automaatkeuze). De calculator gebruikt een temperatuurcorrectie k_temp (afhankelijk van °C) en een installatiefactor k_inst (afhankelijk van legwijze) en combineert ze: k_cond = k_temp × k_inst. Vervolgens wordt een equivalente tabelstroom bepaald: I_tab = In / k_cond. Hoe ongunstiger de omstandigheden (warm, in isolatie, gebundeld), hoe kleiner k_cond en hoe groter I_tab wordt, waardoor een grotere doorsnede nodig is.

Stap 6 - selectie van kabelsectie gebeurt door in een tabel met (doorsnede s in mm² → toelaatbare stroom I in A) de kleinste s te kiezen waarvoor geldt: I_table(s) ≥ I_tab. Dit wordt apart gedaan voor koper en aluminium, omdat aluminium bij gelijke doorsnede doorgaans een lagere toelaatbare stroom heeft en dus vaak groter uitvalt.

Praktische richtwaarden voor invoer zijn meestal: cosφ ≈ 1 voor zuiver ohmse lasten (verwarming), cosφ rond 0,95 voor veel huishoudelijke gemengde belastingen, en cosφ rond 0,8 voor motoren. Voor reserve wordt vaak 10-30% gebruikt, afhankelijk van bedrijfsduur en uitbreidingsverwachting. Voor de definitieve dimensionering (o.a. spanningsval, kortsluitvastheid, selectiviteit en installatiewijze) sluiten installateurs doorgaans aan op IEC 60364 / HD 60364 en nationale uitwerkingen zoals NEN 1010; voor machine-installaties wordt vaak ook EN 60204-1 aangehouden.

FAQs

Waarom rekent de calculator met cosφ bij een installatieautomaat berekenen?

Cosφ corrigeert voor het reactieve deel van de stroom bij inductieve belastingen. Bij hetzelfde actieve vermogen kan de stroom aanzienlijk hoger zijn als cosφ lager is, waardoor de automaatwaarde en kabeldoorsnede groter kunnen uitvallen. Daarom is cosφ essentieel voor een realistische stroomschatting.

Hoe bepaalt de tool de “aanbevolen automaatwaarde” precies?

De calculator berekent eerst I_calc (bedrijfsstroom met reserve) en kiest daarna de eerstvolgende standaard nominale stroom In waarvoor In ≥ I_calc. Dat levert een praktische, gangbare waarde op zoals 16 A, 20 A of 25 A. Zo voorkom je dat de gekozen zekeringautomaat structureel te krap is.

Waarom verandert de kabeldoorsnede wel, maar de automaat niet, als ik temperatuur of legwijze wijzig?

De automaat wordt hier gekozen op basis van de berekende belastingstroom met reserve. Temperatuur en legwijze beïnvloeden vooral hoeveel stroom een kabel veilig kan afvoeren (warmtehuishouding), en dus de minimale mm² die past bij de gekozen automaat. In de praktijk controleer je daarna of de combinatie automaat-kabel voldoet aan de normtabellen.

Kan ik voor een groep in de groepenkast gewoon alles optellen en klaar?

Voor een groepslijn is het gebruikelijk om met gelijktijdigheid te rekenen: niet elke verbruiker staat altijd tegelijk aan. De calculator gebruikt daarom een vraagfactor k om van het totaal opgesteld vermogen naar een realistischer P_eff te gaan. Dit helpt om een passende automaatwaarde te kiezen zonder onnodig te overdimensioneren.