Deze calculator wordt gebruikt om de weerstand van een draad of kabel te berekenen op basis van materiaal, lengte en geometrie. De uitkomst is relevant voor elektrische installaties, elektronica en energieverdeling, waar spanningsverlies en warmteontwikkeling een rol spelen. Afhankelijk van de invoer kan ook de lusweerstand, geleidbaarheid en het vermogensverlies worden bepaald.
Soortelijke weerstand is het uitgangspunt van de berekening en hangt af van het materiaal. Voor koper en aluminium worden vaste referentiewaarden bij 20 °C gebruikt, uitgedrukt in Ω·mm²/m. Deze grootheid beschrijft hoe sterk een materiaal de elektrische stroom tegenwerkt.
Basisformule voor weerstand volgt uit de verhouding tussen lengte en doorsnede van de draad: R = ρ × L / A. Hierbij is R de weerstand in ohm (Ω), ρ de soortelijke weerstand, L de lengte in meter (m) en A de doorsnede in mm². Een langere draad verhoogt de weerstand lineair, terwijl een grotere doorsnede deze verlaagt.
Doorsnede en diameter zijn onderling uitwisselbaar. Als alleen de diameter bekend is, wordt eerst de doorsnede berekend met A = π × d² / 4. Deze stap is essentieel, omdat alle verdere berekeningen altijd met de doorsnede worden uitgevoerd.
Temperatuurcorrectie houdt rekening met het feit dat metalen bij hogere temperaturen een hogere weerstand krijgen. De gecorrigeerde soortelijke weerstand wordt bepaald met ρ_T = ρ_20 × (1 + α × (T − 20)), waarbij α de temperatuurcoëfficiënt is en T de draadtemperatuur in °C. Dit is vooral belangrijk bij belastingen die langdurig warmte veroorzaken.
Lusweerstand wordt toegepast wanneer de stroom via twee geleiders loopt (bijvoorbeeld fase en nul). In dat geval verdubbelt de effectieve lengte en geldt: R_lus = 2 × R. Deze waarde is bepalend voor spanningsval en beveiligingsberekeningen.
Spanningsverlies en vermogensverlies worden berekend zodra een belastingsstroom bekend is. Het spanningsverlies volgt uit ΔU = I × R_lus, terwijl het warmteverlies in de kabel wordt bepaald met P = I² × R_lus. Deze resultaten helpen om te beoordelen of een kabelsectie geschikt is volgens gangbare richtlijnen uit IEC 60228 en installatienormen zoals NEN 1010.
Elektronen moeten een langere weg afleggen, waardoor de kans op botsingen in het materiaal toeneemt. Dit vergroot de elektrische weerstand evenredig met de lengte. Daarom is kabellengte een directe factor in de berekening.
De weerstand van één ader geldt voor één enkele geleider. De lusweerstand houdt rekening met de volledige stroomkring, meestal twee aders met gelijke lengte. Voor spanningsval en verliezen is de lusweerstand de relevante waarde.
Temperatuurcorrectie is zinvol bij hoge stromen, bundeling van kabels of verhoogde omgevingstemperaturen. In zulke situaties kan de weerstand merkbaar hoger uitvallen dan bij 20 °C. Dit beïnvloedt zowel spanningsverlies als warmteontwikkeling.
Een lagere weerstand betekent minder spanningsverlies en minder warmte, wat technisch gunstig is. In de praktijk wordt echter een balans gezocht tussen prestaties, kabeldikte en kosten. Normen geven daarom maximale toelaatbare verliezen aan in plaats van minimale weerstand.