Maten dakgoot en diameter regenpijp berekenen

Daktype

Afmetingen van het huis
Huislengte A, cm
Huisbreedte B, cm
Dakoverstek S, cm
Hoogte H, cm
Gootsysteem
Aantal afvoeren, stuks
Hart-op-hartafstand van gootbeugels, cm
H.o.h.-afstand beugels regenpijp, cm
Lengte van 1 regenpijp, cm
Lengte van 1 dakgoot, cm
Berekeningsresultaten:

Berekeningsmethode (hoe het resultaat wordt verkregen) Een vraag stellen
Was de calculator nuttig?
Nee

Over de berekening van maten van dakgoot en diameter van regenpijp

De resultaten zijn benaderend. Controleer de berekeningen vóór gebruik aan de hand van de geldende normen en raadpleeg een specialist. De ontwikkelaar is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van gebruik zonder projectverificatie.

Deze calculator maakt een vereenvoudigde materiaalschatting voor de maten van dakgoot en de diameter van de regenpijp op basis van de gebouwgeometrie. Hij bepaalt de totale lengte van dakgoten en regenpijpen en geeft een indicatief aantal koppelingen, gootbeugels, uitlopen en gangbare hulpstukken. Het resultaat is bedoeld voor een eerste materiaalplanning en om tracés te vergelijken voordat je een specifiek systeem van een fabrikant kiest.

Richtwaarden en aanbevelingen

Eenheden en standaardlengtes

Eenheden. Alle ingevoerde afmetingen worden omgezet van centimeters naar meters. Notatie: gebouwlengte Ahouse (m), gebouwbreedte Bhouse (m), dakoverstek Seaves (m), gebouwhoogte Hhouse (m).

Lengte van de gootlijn. Voor elke zijde met goot wordt de effectieve lengte inclusief overstek genomen: Lside=Ahouse+2·Seaves of Lside=Bhouse+2·Seaves.

Lside=Ahouse+2·Seaves

Totale gootlengte per daktype

Zadeldak. Er worden twee gelijke gootlijnen gebruikt. Totale gootlengte: Lgut=2·(Ahouse+2·Seaves).

Lessenaarsdak. Er wordt één gootlijn gebruikt. Totale gootlengte: Lgut=Ahouse+2·Seaves.

Schilddak. Er worden vier gootlijnen gebruikt: twee langs Ahouse en twee langs Bhouse. Totale gootlengte: Lgut=2·(Ahouse+2·Seaves)+2·(Bhouse+2·Seaves).

Lgut=ΣLside

Afronding. Lengtes worden weergegeven met 0.1 m nauwkeurigheid (afronding op tienden): 12.34 m → 12.3 m.

Gootbeugels en gootkoppelingen

Gootbeugels. Voor elke gootlijn wordt het aantal beugels berekend met de beugelafstand sgut (m). Er wordt gerekend met het aantal intervallen en er komt één beugel bij aan het uiteinde.

Nbr,side=ceil(Lside/sgut)+1

Totaal aantal beugels. De calculator telt Nbr,side op voor alle zijden waar een dakgoot is voorzien.

Gootkoppelingen. Als de standaardlengte van een gootdeel lgut (m) is, dan zijn per zijde ceil(Lside/lgut) delen nodig. Het aantal koppelingen op die zijde is één minder, maar niet lager dan 0.

Ncon,side=max(0,ceil(Lside/lgut)-1)

Uitlopen, regenpijpen en hoogte van de regenpijp

Aantal uitlopen. Het aantal uitlopen Nout wordt door de gebruiker ingevoerd en bepaalt direct het aantal regenpijpstrengen. Alle onderdelen van de verticale afvoer worden uit Nout afgeleid.

Verticale hoogte van één streng. De effectieve verticale hoogte wordt genomen als Hv=max(0,Hhouse-Seaves) om mee te nemen dat de uitloop door de dakoverstek naar buiten is verplaatst.

Hv=max(0,Hhouse-Seaves)

Overgang van uitloop naar regenpijp. Een extra diagonaal stuk over de overstek wordt benaderd als Seaves·√2. De lengte van één streng is Lstack=Hv+Seaves·√2. Totale regenpijplengte: Lpipe=Nout·Lstack.

Lpipe=Nout·(Hv+Seaves·√2)

Regenpijpbeugels, verbindingsmoffen, bochten en onderuitloop

Regenpijpbeugels. Met een beugelafstand spipe (m) is het aantal beugels per streng Nbr,pipe=ceil(Hv/spipe)+1. Totaal: Nbr,total=Nout·Nbr,pipe.

Nbr,total=Nout·(ceil(Hv/spipe)+1)

Verbindingsmoffen. Als de standaardlengte van een pijpdeel lpipe (m) is, dan zijn per streng ceil(Hv/lpipe) delen nodig en dus max(0,ceil(Hv/lpipe)-1) moffen. Het totaal wordt vermenigvuldigd met Nout.

Bochten en onderuitloop. De vereenvoudigde schatting gaat uit van 2 bochten per streng (boven-aansluiting) en 1 onderuitloop per streng: Nel=2·Nout, Ndis=Nout.

Gooteindstukken en hoekstukken

Schemata zonder hoeken. Bij een zadeldak en lessenaarsdak worden eindstukken meegenomen: 4 stuks bij twee gootlijnen en 2 stuks bij één gootlijn. Dit komt overeen met twee uiteinden per gootlijn.

Schilddak. De schatting gebruikt 4 buitenhoeken van 90° (één per gebouwhoek). Eindstukken worden niet als aparte positie getoond.

Speciaal geval eindstukken. Bij een schilddak kunnen meer eindstukken nodig zijn als het aantal uitlopen Nout>3 is. In deze vereenvoudigde aanpak wordt een praktische richtwaarde gebruikt: 4 stuks bij Nout≤3 en 8 stuks bij Nout>3, als variant met extra onderbrekingen in de gootlopen.

Normverwijzing

Gerelateerde Europese normen. Voor principes en typische opzetten van dakafwatering wordt vaak verwezen naar EN 12056-3 (Zwaartekrachtafvoersystemen binnen gebouwen, Deel 3 - Dakafwatering). Voor dakgoten en ophanging worden ook EN 612 (Hanggoten) en EN 1462 (Gootbeugels en steunen) gebruikt. Deze calculator hanteert geometrische relaties en door de gebruiker gekozen bevestigingsafstanden als werkhypothesen. Voor definitieve dimensionering en controle van de hydraulische capaciteit moet je de eisen uit deze normen en de richtlijnen van de fabrikant gebruiken.

FAQs

Waarom kiest de calculator geen diameter voor de regenpijp en geen maat voor de dakgoot?

Deze tool schat aantallen op basis van geometrie en bevestigingsafstanden. Dimensionering hangt af van regenintensiteit, opvangoppervlak, afschot en de hydraulische capaciteit van onderdelen. Gebruik daarvoor de regels uit EN 12056-3 en de catalogusgegevens van het gekozen systeem.

Waar komt de toevoeging Seaves·√2 vandaan in de pijplengte?

Dit is een vereenvoudigde schatting van het diagonale stuk van de uitloop aan de gootlijn naar de verticale regenpijp. De werkelijke geometrie hangt af van de overstek en de bochtconfiguratie, maar Seaves·√2 geeft een stabiele richtwaarde voor een eerste lengteschatting.

Waarom worden gootbeugels berekend als ceil(Lside/sgut)+1?

De afstand sgut is de maximale afstand tussen beugels. De ceil-functie rondt omhoog zodat de afstand niet wordt overschreden en +1 telt de eindbeugel mee. Dit is een gangbare methode om bij een gegeven afstand het minimaal benodigde aantal beugels te bepalen.

Hoe moet ik goot- en pijplengtes in meters interpreteren als onderdelen per lengte worden verkocht?

Lgut en Lpipe geven de totale behoefte in strekkende meters. Het aantal koppelingen of moffen wordt afgeleid uit de standaardlengte lgut of lpipe met ceil(L/l)-1 om het aantal verbindingen te schatten. Voor aankoop wordt het aantal delen meestal naar boven afgerond en wordt 5-10% extra voorzien voor zaagverlies.

Waarom worden eindstukken soms vervangen door 90°-hoekstukken?

Bij een schilddak heeft de gootloop buitenhoeken, waardoor 90°-hoekstukken de belangrijkste hulpstukken zijn in plaats van eindstukken. Bij schema’s zonder buitenhoeken eindigen de goten open en worden eindstukken gebruikt. De definitieve detaillering hangt af van het gekozen tracé en de positie van de uitlopen.